De Haagse Hogeschool en de Hogeschool van Amsterdam vertrouwen op hun eigen aanpak bij de werving, opvang en begeleiding van Caribische studenten. Er wordt zo veel mogelijk samengewerkt met onderwijsinstellingen in Nederland en op Aruba, Curaçao en St. Maarten. Die toelichting volgt op de uitspraken van bestuursvoorzitter Ron Bormans van de Hogeschool Rotterdam over de uitval van Caribische studenten.

Photo by Chait Goli on Pexels.com

Bormans zei dat hij eigenlijk wil stoppen met de werving van studenten op Aruba, Curaçao en St. Maarten, omdat veel jongeren hun studie niet afmaken. Hij stelde het afgelopen zomer voor aan minister van Onderwijs Ingrid van Engelshoven, die nog niet heeft geantwoord. Een alternatief zou zijn om de jongeren verplicht een tussenjaar te laten doen als voorbereiding op een vervolgopleiding, aldus Bormans. Hij sprak half december tijdens een conferentie, die werd georganiseerd door de Raad van State in het kader van Koninkrijksdag. De Haagse Hogeschool liet meteen tijdens de conferentie al een tegengeluid horen en wees op de samenwerking met de universiteiten op de eilanden. Anna Maria Andriol, al jaren verbonden aan de Hogeschool voor samenwerkingsprogramma’s, geeft desgevraagd een toelichting. Een groep van 43 studenten uit St. Maarten zou bij wijze van proef het eerste jaar van de studie International Business volgen aan de Universiteit van St. Maarten en pas in het tweede jaar naar de Haagse Hogeschool komen. “Door orkaan Irma is dat niet doorgegaan en moeten we opnieuw beginnen, maar die samenwerking werkt veel beter dan de keuze om geen Caribische studenten meer te werven. Dergelijke uitspraken creëren een sfeer van wij en zij, die door anderen wordt nagepraat”, zegt ze. Andriol erkent dat het voor veel Caribische studenten moeilijk is om te wennen in Nederland, maar ziet dat binnen de bredere problematiek van een slechte aansluiting tussen de middelbare school en het middelbaar en hoger beroepsonderwijs. “Kijk naar de aansluiting op het mbo. Er is een grote uitval onder Nederlandse mbo’ers. We vinden het normaal dat we dan met het mbo om de tafel gaan zitten en een oplossing bedenken. Datzelfde moeten we met Caribische scholen doen. Zo hoort het ook”, aldus Andriol.

Studiekeuze
De Hogeschool van Amsterdam vertrouwt ook op een goede samenwerking, zegt Nicole Spellen, studentendecaan en projectleider van HvAnti. De Hogeschool van Amsterdam heeft intensief contact met de middelbare scholen en decanen op de eilanden en er wordt samengewerkt met Nederlandse onderwijsinstellingen in de vorm van studiekeuzeworkshops die op de scholen op de eilanden worden gegeven. Dat is meteen een indicatie dat de Hogeschool niet streeft naar zo veel mogelijk studenten, maar naar een goede match tussen student en opleiding. “We geven eerlijke voorlichting”, zegt Spellen. Volgens Spellen is een goede voorbereiding cruciaal voor een succesvolle studie. De Hogeschool van Amsterdam heeft ingezet op een uitgebreide studiekeuzecheck. Scholieren moeten net zoals scholieren in Nederland een vragenlijst invullen, een opdracht maken en hun motivatie toelichten in een online gesprek. “De studiekeuzecheck is streng, maar maakt wel duidelijk wat een student van de opleiding kan verwachten en wat de opleiding van een student kan verwachten”, aldus Spellen. Harde cijfers zijn er nog niet, maar de Hogeschool is positief gestemd. “We zien wel een daling van de instroom, maar zien ook dat degenen die bij ons komen studeren gemotiveerder zijn en beter voorbereid.” De Hogeschool van Amsterdam is in principe wel positief over het voorstel van een tussenjaar of doorstroomjaar voor Caribische studenten. “Maar je kunt dat niet verplichten aan alle havo- of vwo-leerlingen. Bovendien zou er voor studenten met minder draagkrachtige ouders een oplossing gevonden moeten worden voor ondersteuning in dat jaar. De middelbare scholen, leerlingen en hun ouders moeten hierin een rol spelen”, aldus Spellen.